Zweedse centrale bank neemt grote bocht

©REUTERS

Van een verrassing gesproken. De Zweedse Riksbank verhoogde vorige week haar basisrente (reporente) met 25 basispunten tot 0,25% en kondigde voor dit jaar nog twee of drie renteverhogingen aan. Slechts 2 van de 18 ondervraagde economen hielden rekening met een renteverhoging later dit jaar, laat staan nu al. In de tweede jaarhelft zullen ook de obligatie-inkopen verminderd worden. Bij de jongste rentevergadering (10 februari) sprak gouverneur Ingves nog van een renteverhoging ten vroegste in 2024. Daarmee stond de centrale bank helemaal alleen. Die starre houding kreeg midden maart wel al een deukje toen Ingves aangaf dat een renteverhoging misschien toch sneller nodig zou zijn. De sterk stijgende Zweedse inflatie noopt de Riksbank om al veel sneller in te grijpen. De renteverhogingen zullen de laatste wapenfeiten zijn van Stefan Ingves, die al sinds 2006 de centrale bank leidt maar eind dit jaar ermee ophoudt. In maart steeg de inflatie tot 6%, het hoogste niveau in meer dan drie decennia en ver boven de doelstelling van rond de 2%. Die inflatie weegt ook op de Zweedse economie, die in het eerste kwartaal met 0,4% kromp. Ze tast immers de koopkracht van de Zweedse consumenten aan. Bovendien is er de onzekerheid door de oorlog in Oekraïne.  

©REUTERS

Rentes al in de lift

Sinds midden maart, toen de geesten bij de centrale bank begonnen te rijpen, zijn de Zweedse marktrentes beginnen anticiperen. Zo noteert de tienjarige rente al boven de 1,5%. De stijging met 133 basispunten sinds begin dit jaar is één van de grootste stijgingen tussen de grotere Europese landen. De tweejarige rente noteert rond de 1%, wat een toename is met 118 basispunten. In beide gevallen ligt de rente iets hoger dan de Belgische overheidsrente (1,35% op tien jaar).  

Munt veert op

De Zweedse kroon veerde na de rentebeslissing meteen op tegenover de euro. Door deze verhoging en de komende renteverhogingen wordt de munt aantrekkelijker tegenover de Europese eenheidsmunt. De Europese Centrale Bank (ECB) is immers minder snel geneigd om de rente te verhogen, al houden we er ook hier rekening mee dat nog dit jaar gestart wordt met de eerste renteverhoging. Eind vorig en begin dit jaar verzwakte de munt nog sterk door de ‘dovish’ toon van de centrale bank. Sinds maart is die perceptie al wat gekeerd, waardoor de munt al herstelde. 

Nu het rentepad naar boven is ingeslagen, kan dit muntondersteunend werken. We zouden de posities dan ook niet langer afbouwen, maar de munt voortaan gewoon behouden en dus obligaties die op vervaldag komen herbeleggen. Probleem bij de Zweedse kroon blijven de zeer beperkte herbeleggingsmogelijkheden. Het aantal obligaties in SEK is op één hand te tellen. In de secundaire tabel op pagina 11 hebben we alvast één obligatie opgenomen. 

Obligaties in SEK

Veel obligaties in Zweedse kroon zijn er niet. We vonden wel diverse leningen op de secundaire markt van de Europese Investeringsbank, een topdebiteur (hoogste mogelijke kredietrating AAA). Het betreft coupures van 10.000 SEK (circa 965 EUR). In de tabel op pagina 11 hebben we een kortlopende obligatie vermeld die beneden pari noteert. Er zijn evenwel ook nog twee langerlopende obligaties. Er is een obligatie die loopt tot 12 mei 2028 (XS1751359016, 95,20%) met een coupon van 1,375% die eveneens beneden pari noteert. Het resterende brutorendement is circa 2,1%. De obligatie die loopt tot 12 november 2026 (XS1347679448, 98,40%) draagt een coupon van 1,75%. Deze obligatie noteert iets beneden pari, waardoor het brutorendement net geen 2% bedraagt. De vierde obligatie loopt maar goed anderhalf jaar (XS0852107266, 101,87%), en dus te kort. 

Hoewel de koersen van al deze obligaties al mooi gecorrigeerd zijn, is het voorlopig nog te vroeg om nieuwe aankopen te verrichten aangezien de opwaartse rentecyclus nog maar net begonnen is. Enkel dus voor een herbelegging van vervallen obligaties.