Dalende inflatieverwachtingen nefast voor 'TIPS'

©Photo News

Voor inflatiegelinkte obligaties was 2022 geen goed jaar. Nochtans stegen de inflatiecijfers tot sinds lang ongekende hoogten. Bij inflatiefgelinkte obligaties, waarbij de coupon aangepast wordt aan de inflatie, is het evenwel de evolutie van de inflatieverwachtingen die van belang is. Dit wordt weergegeven door de break-eveninflatie, de inflatie waarbij een investering in een inflatiegelinkte en een klassieke obligatie eenzelfde resultaat oplevert. Komt de inflatie uiteindelijk uit boven de break-eveninflatie, dan leveren inflatiegelinkte obligaties een hoger rendement op dan klassieke obligaties en vice versa. Inflatiegelinkte obligaties zijn dan ook pas interessant wanneer de inflatieverwachtingen laag zijn. De kans dat de inflatie dan uiteindelijk hoger uitkomt is dan groter. Inflatiegelinkte obligaties worden bijna uitsluitend uitgegeven door overheden. Het gros daarvan zijn Franse obligaties.

Break-eveninflatie

In de VS zijn de inflatieverwachtingen teruggevallen tot het laagste niveau in vijf jaar. Piekte de inflatieverwachting op vijf jaar in december 2021 nog op 3,75%, dan zitten we momenteel maar rond de 2,10%. Een gelijkaardig cijfer zien we op 10 jaar. In de eurozone zitten we nog iets lager. In Duitsland bijvoorbeeld zitten we op zeven jaar net onder de 2% en op tien jaar net boven de 2%. Hier komen we van rond de 3% in april/mei vorig jaar. Nu de inflatie van de piek snel naar beneden komt, is de kans reĆ«el dat de inflatieverwachtingen in eerste instantie nog wat verder naar beneden gaan. Als dat het geval is, dan worden inflatiegelinkte obligatie(trackers)(s) opnieuw interessant, temeer daar we denken dat de inflatie niet meteen naar de oude niveaus zal terugzakken, maar gemiddeld genomen de komende jaren boven de 2% zal uitkomen. Maar eerst dus nog even de kat uit de boom kijken, al kan een eerste beperkte positie in het kader van een spreiding in de tijd al wel. 

Twee trackers

Er zijn twee trackers die beleggen in inflatiegelinkte obligaties uit de eurozone. Er is iShares EUR Inflation Linked Gov (IE00B0M62X26, 223,98 EUR), genoteerd op de beurzen van Frankfurt en Amsterdam (IBCI), en Xtrackers Eurozone Inflation Linked (LU0290358224, XEIN, 232,13 EUR), genoteerd op de beurs van Frankfurt. Beide trackers volgen dezelfde index, de Bloomberg Euro Gov. Inflation Linked. De prestatie is dan ook nagenoeg identiek. Een klein verschil zit er in de jaarlijks weerkerende kosten (0,09% voor iShares tegenover 0,15% bij Xtrackers). Beide trackers zijn ook kapitaliserend. In dat geval is het kijken naar de al dan niet registratie van deze tracker bij de FSMA (Belgische toezichthouder). Dat is het geval voor de tracker van iShares, de tracker van Xtrackers is daarentegen niet geregistreerd. Hierdoor is er op de tracker van Xtrackers maar 0,12% (zowel bij aan- als verkoop) beurstaks verschuldigd, tegenover twee keer 1,32% bij ishares. De keuze is dan ook vlug gemaakt.