Het Noorden kwijt

 

De coronacrash vorig jaar in maart zorgde voor een zelden geziene beursdaling. De meeste aandelen maakten dat verlies intussen goed, sommigen herstelden al tot ruim boven het pre-coronaniveau. En toch noteren er ook nog best veel aandelen rond of onder het dieptepunt van de coronacrash. Wie die aandelen heeft, vraagt zich af wat er mee te doen. Wie ze niet heeft, kan mogelijk interessante zaakjes doen, al is dat niet altijd het geval. De betrokken aandelen zijn alvast niet het onderwerp van een positieve nieuwsstroom, dat mag duidelijk zijn. Maar toch is het ene aandeel het andere niet.

Een aantal is van het hoogste speculatieve type (risicorating 4), waaronder een aantal biotechbedrijven die wel een forse koersopleving kenden (zoals Celyad), maar intussen nog lagere regionen opzochten dan het dieptepunt van vorig jaar in maart. Sommigen, zoals Oxurion en Celyad, zijn zowat de weg kwijt. Dat kan ook gezegd worden van het ‘grote’ Galapagos, maar van dat aandeel kan dan nog gesteld worden dat het onder de nettokaspositie noteert. Bij Bone Therapeutics waren er de jongste weken geruchten van interesse van een kandidaat-overnemer. Hoogst speculatief allemaal, niet het type aandelen waar we hier dieper op in willen gaan.

Bij de aandelen die we wel bespreken valt het op dat er velen een opvallend hoog dividendrendement halen, vaak het logische gevolg van de lage beurskoersen. Dat maakt dat op twee fronten ‘winst’ te rapen valt: een hoog dividendrendement én koerspotentieel. Hoewel sommige van de onderstaande aandelen als ‘defensief’ worden beschouwd, kleeft aan de betrokken aandelen – om diverse redenen – best wel een hoger risico. De lagere koers is immers een uiting van wantrouwen. Gelukkig is de markt niet altijd rationeel en dat levert kansen op.

Proximus

Een Bel20’er die slechts iets hoger noteert dan de ‘pandemie-low’.

Vooruitzichten: Een groeier is de telecomgroep niet, maar het herhaalde na de (beter dan verwachte) halfjaarcijfers wel de jaarprognoses: een omzet dicht in de buurt van die van 2020. Aangezien na 6 maanden de organische groei 2,4% bedroeg, zou het al slecht moeten lopen om dat doel niet te behalen. Voor de komende jaren blijft de rendabiliteit beknot door onvermijdelijke investeringen in o.a. glasvezelkabel en 5G.

Waardering: Niet duur aan een verwachte k/w van 10,9 en een EV/EBITDA van 4,7. 

Balans: Die is vrij gezond met een nettoschuld die slechts 1,5 keer de EBITDA bedraagt. Dat staat de groep toe om gulle dividenden uit te keren. De groep gaf al aan over boekjaar 2021 een dividend van 1,2 EUR p.a. te voorzien, of ruim 7% bruto.

Koerstriggers: Weinig. De komst van een vierde speler zou de stemming in de sector nog kunnen verzuren. Blijft die weg, dan kan dat op opluchting onthaald worden. 

Een sectorrotatie weg van groei naar mature dividendwaarden kan een deel van de koersverliezen goedmaken.

Nationale bank van belgië

Het aandeel dat begin deze eeuw nog een speculatieve speelbal was (hoop op gul uitkoopbod van  de overheid), maar tot een saai aandeel verworden is.

Vooruitzichten: Weinig voorspelbaar, en dus gering beleggersenthousiasme.

Waardering: Optisch spotgoedkoop aan slechts één keer de jaarwinst en 0,09 keer de boekwaarde. 

Balans: Aangezien NBB wordt gebruikt als beleidsinstrument van de Europese Centrale Bank (voor inkopen obligaties) zijn de risico’s (op minwaarden) eveneens hoger dan gemiddeld. Anderzijds spijsde NBB net daarom de jongste jaren al behoorlijk de reserves (50% van de winst). Door de hervatting van het dividend van Bank voor Internationale Betalingen (NBB is mede-eigenaar) zal het dividend over 2021 alvast met 29 EUR p.a. positief beïnvloed worden. De verkoop van een drukkerijgebouw zal het dividend over 2021 17 EUR hoger sturen. Ceteris paribus zal het dividend over 2021 ruim 150 EUR bedragen, of een kleine 9%.

 Koerstriggers: Geen, tenzij er een duurzamer en guller dividendbeleid wordt uitgetekend.

Het vooruitzicht op een hoog dividend moet stilaan een bodem onder de koers leggen. Een kleine positie is verantwoord.

Ontex

Het aandeel van de luierproducent zit al sinds 2017 in een dalende trend, zodat de koersopleving na de coronacrash slechts een kort leven beschoren was. 

Vooruitzichten: Gezien de hoge grondstoffenprijzen zijn die hoogst onzeker inzake rendabiliteit. De groep zet in op kostenbesparingen: 120 mln. EUR tegen 2023. Tot 2023 mikt de groep op een jaarlijkse vergelijkbare omzetgroei van een weinig inspirerende 2 à 3%.

Waardering: Het aandeel noteert op het laagste niveau sinds diens IPO en noteert nog aan slechts 13 keer de verwachte winst over 2021. Ontex noteert bovendien ruim 30% onder de boekwaarde, te wijten aan de vrees voor een verdere achteruitgang van de rendabiliteit en de slechte balans.

Balans: Die is door dure miskopen in het verleden (vooral in Brazilië) ontwricht. De nettoschuld bedroeg eind juni 4 keer de EBITDA. Er werd intussen wel op wat langere termijn geherfinancierd. Bovendien berichtte Ontex vorige week dat het 81 mln. EUR ontvangt ingevolge een minnelijke schikking rond de Braziliaanse activiteiten.     

Koerstriggers: Gezien de geslonken marktkapitalisatie (nog slechts 750 mln. EUR) is Ontex ‘kwetsbaar’ als overnameprooi. In het verleden was het bedrijf al eens onderwerp van een overnamebod. Ook de verkoop van activa – verkoopproces van Zuid-Amerikaanse activiteiten zou opgestart zijn - aan een deftige prijs zou tot een flinke koersopstoot kunnen leiden. 

Door de miskoop in Brazilië, nadelige wisselkoersschommelingen en de vrees voor de impact van hogere grondstoffenprijzen is Ontex niet gewild. We geven de nieuwe CEO Esther Berrozpe krediet om de zaken recht(er) te trekken. Voor een beperkte positie koopwaardig.

Leasinvest

Vooruitzichten: Gezien de fusie met vastgoedontwikkelaar Extensa (net als Leasinvest eveneens onderdeel van Ackermans & van Haaren) kunnen de resultaten volatieler worden, doch ook meer potentieel om op middellange termijn te stijgen.

Waardering: De halfjaarcijfers gingen enkel over ‘Leasinvest 1.0’, dus voor de fusie die op 19 juli een feit is.  Per 30 juni noteerde Leasinvest 1.0 met een korting van ruim 20%. Gezien de exposure naar kantoren en winkelvastgoed zien we dergelijke kortingen wel meer in de sector, maar het profiel van ‘Leasinvest 2.0’ wijzigt en krijgt een meer residentieel tintje (appartementen). 

Balans: De fusiegroep heeft een pro forma schuldgraad van 47,2%; het zal voortaan 40 à 60% van de winst uitkeren. Dat geeft de groep meer financiële armslag.

Koerstriggers: De groep krijgt meer omvang, en van zodra de verkopen door dividendbeleggers gaan liggen, kan een rerating plaatsvinden.

De aankondiging dat Leasinvest niet langer als GVV door het leven zal gaan, en dus ook niet langer de verplichting heeft om minstens 80% van de winst uit te keren, heeft wellicht verkopen ontlokt van dividendbeleggers. Moeder Ackermans & van Haaren wil de groep extra dynamiek bezorgen, wat op termijn tot een rerating moet leiden. We verhogen ons advies tot ‘eerste positie’.

 

Uiteraard zijn er redenen aan te halen waarom de besproken aandelen zelfs niet het niveau van de maartdip van 2020 halen. Als gezamenlijk kwartet zien we ze de komende 12 maanden niettemin behoorlijk goed presteren. Het viertal bevat één turnaroundkandidaat (Ontex, dus met een hoger dan gemiddeld risico), twee dividendwaarden (Proximus en Leasinvest) en een valuewaarde met kenmerken van een dividendwaarde (NBB). Wie deze aandelen koopt, moet beseffen dat ie mogelijk op korte termijn tegen de stroom inroeit.

Nog een lange weg te gaan...

Tegenover de pre-covidniveaus (pakweg eind februari 2020) heeft het viertal nog een lange weg te gaan. Ontex is het ‘kneusje’; het verlies tegenover de topkoersen voor Covid bedraagt ruim 40%. En zeggen dat de Raad van Bestuur in 2018 nog een bod van 27,5 EUR van PAI Partners als ‘te laag’ bestempelde.  Vroeg of laat kan men ook wel enige reactie verwachten van GBL, dat 20% van het kapitaal  van de luierfabrikant bezit. De drie anderen (Leasinvest, NBB en Proximus) kunnen alleszins bogen op een degelijk dividendrendement, bovenop het herstelpotentieel.